De vechtscheiding had alles opgeslokt. Haar energie, haar vertrouwen, haar beeld van wie ze was. Ze had gevochten voor haar kind, voor de rechter, voor zichzelf. En ze had gewonnen.
Maar nu het stof was neergedaald, wist ze niet meer wie ze eigenlijk was buiten die strijd.
'Ik functioneer. Maar ik leef niet', zei ze in ons eerste gesprek.
We werkten niet aan een nieuwe relatie. We werkten aan de vraag daarachter: 'Wie wil jij zijn - als vrouw, als moeder, als mens - los van wie je moest zijn in die strijd?'
Haar woorden aan het einde van ons traject:
'Voor het eerst in jaren voel ik me geen overlever meer. Ik ben gewoon mezelf, want het mag weer. Ook van mezelf, juist van mezelf.'


