Stef en Karen waren elf jaar samen. Geen groot drama - maar al jaren hetzelfde patroon.
Hij trok zich terug. Zij escaleerde. Hij zweeg. Zij explodeerde.
En daarna deden ze alsof het er niet was. Tot de avond waarop Karen haar koffers pakte.
Niet om weg te gaan. Om te laten zien hoe ernstig het was. Stef belde haar na vijf minuten. Ze stonden allebei te huilen in de gang.
Die nacht besloten ze hulp te zoeken. Niet volgend week. Die nacht.
'We wisten niet of het te redden viel, maar we wisten dat we het niet zelf konden oplossen. We hadden iemand nodig die ons hielp te stoppen met het herhalen van hetzelfde gesprek.'
Wat volgde was geen therapietraject.
Het waren gerichte gesprekken. Eerst apart, dan samen. Om te begrijpen wat er werkelijk onder het patroon zat. Niet om de ander te overtuigen. Om zichzelf te begrijpen.
'We zijn niet perfect. Maar we praten weer. En voor het eerst in jaren voelt dat als een gesprek tussen twee mensen die aan dezelfde kant staan.'


